Vorig weekend had Chris met nog een zware verkoudheid begon. Toen we naar bed gingen, ze hoestte en ze hoestte. Zelfs als ze niet hoestte, verwachtte ik meer hoesten, dus kon ik niet zelf slapen. Eindelijk om 01u00 of zo viel ik in slaap. En dan werd ik weer wakker. Chris zei, "Je hebt meer slaap gehad dan je denkt." "Waarom?" vroeg ik. "Hoe laat is het?" Ik dacht dat ze "Vier uur" of iets zou zeggen, maar ze zei, "Vijf over half twee."
Ik kreunde. Het leek op een eeuw voor ik terug in slaap viel. Rond 06u00 zei Chris met luide stem, "Ik heb de slechtste nacht van slaap in mijn heel leven gehad!" Ze keek naar me. "Je snurkte," klaagde ze. "Het spijt me," antwoordde ik, "maar je was al wakker omdat je niet met hoesten kon stoppen. Je hoestte, of ik snurkte, of niet." We kleeden ons aan en gingen naar de ontbijtkamer. We genoten van het ontbijt, maar er waren te veel personeel, die vroegen of alles OK was, altijd. Je kon nauwelijks je eieren eten, zonder iemand kwam en vroeg iets stom, en liet je niet maar rust.
Chris besliste om in een taxi naar The Royal Courts of Justice te gaan. De taxi nam me terug naar het British Museum. De wind was zo ijzig, zelfs kouder dan op woensdag, dat ik wilde niet rond Londen lopen, dat gewoon geniet ik er veel van. De prijsceremonie zou naar het eind om 15u30 komen, dus verwachtte ik een telefoongesprek om 16u of zo. Ik ging heen en terug in het museum en nam veel meer foto's, tot om 14u30 hoorde ik mijn gsm voor de eerste keer. Chris was heel boos, zoals ik in deel 1 zei. Ze wilde terug naar Manchester op een vroegere trein vertrekken, maar nu was het te laat. Ik kon niks juist doen.
Nu heb ik haar verkoudheid gekregen.
Het mechanische galjoen in het Britse Museum. Het dateert van 1585.